Piekeren, piekeren, piekeren!

Bijgewerkt op: apr 8



Iedereen piekert wel eens, ook kindereen, over belangrijke keuzes, gesprekken of negatieve gebeurtenissen van de dag. Wanneer er wordt gepiekert, komen dezelfde gedachten steeds terug als een soort cirkel. De kern van piekeren is dat er een oplossing geprobeerd te zoeken voor problemen die op dat moment spelen. De gedachten malen steeds door je hoofd en er lijkt geen einde aan te komen. In plaats van dat de gedachten de baas zijn, wordt de baas over jezelf en help jouw kind daarin. Wat is piekeren? Ben jij of je kind een piekeraar? Dan zijn jullie zeker niet de enige. Veel kinderen piekeren minstens één keer per week. Sommigen zelfs dagelijks. Als je wilt stoppen met piekeren, is het belangrijk om te weten wat piekeren precies is en hoe het werkt. Er is een belangrijk verschil tussen piekeren en het nadenken over iets. Wanneer je nadenkt, vindt je meestal een oplossing. Bij piekeren werkt het juist andersom: doordat je piekert, vindt je geen oplossing, maar juist angst of een negatief gevoel. Waarom piekeren? We piekeren omdat we het gevoel hebben dat het piekeren helpt om beter met deze problemen om te gaan. Piekeren heeft namelijk vaak de vorm van een ‘wat als’ gedachte. Bijvoorbeeld: ‘wat als ik tijdens die presentatie op school mijn tekst vergeet?’ of 'wat als ik niet gekozen wordt met gym?'. Tijdens het piekeren bedenk je dan wat je gaat doen als je inderdaad met je mond vol tanden komt te staan. Onze hersenen zijn probleemoplossers. Dat is vaak handig, maar het kan ook tegen je gaan werken. Het vervelende aan piekeren is dat het zichzelf versterkt. Stel dat je angstig bent over een presentatie. Je piekert er enorm over en daardoor wordt de angst een beetje minder. Vervolgens geef je een presentatie en gebeurt er niets. Onbewust hebben je hersenen nu twee dingen geleerd:

  • Als ik pieker wordt mijn angst minder

  • Als ik pieker gebeuren de dingen waar ik bang voor ben niet

Waarschijnlijk zie je de denkfout zelf ook al:

  • Als je niet was gaan piekeren, was de angst ook wel gaan liggen

  • Als je niet had gepiekerd, was de presentatie ook goed gegaan

Jij begrijpt het dus wel, maar het onbewuste deel van je brein nog niet. Sterker nog, dat deel van je hersenen besluit om nog meer te gaan piekeren, want het helpt je zo goed!! Oorzaken van Piekeren: Wanneer jouw kind vaak piekert, kan hij klachten ervaren zoals angst, spanning, moeilijkheden met concentreren, soms slaapproblemen en niet goed relativeren. Piekeren kan ook in een persoonlijkheid zitten. De een is hier namelijk gevoeliger voor dan de ander. Daarnaast zijn er nog andere oorzaken:

  • Overspannenheid of burn-out

  • Een depressie

  • Een vervelende of stressvolle gebeurtenis

In sommige gevallen kan piekeren samenhangen met een stoornis, een gegeneraliseerde angststoornis (afgekort GAS). In dit geval ben je overmatig bezorgd om alles zonder een echte reden voor, waardoor de piekergedachten niet realistisch zijn. Je kind kan bijvoorbeeld piekeren over het goed doen op school, terwijl het hartstikke goed gaat en hij goede cijfers krijgt. Ondertussen beheersen deze piekergedachten wel zijn hele leven. Hoe kom je ervan af? Piekeren houdt je wakker wanneer je wilt slapen, het maakt je bezorgd, angstig, gestrest en kwetsbaar. Als je veel piekert dan stop je veel energie in een proces dat je niet alleen niets oplevert, maar wat je ook nog eens actief ongelukkiger maakt! Hieronder zeven effectieve tips voor jouw kind.

1. Leer bewust te worden van je negatieve gedachten Denkpatronen: gedachten hangen samen met gevoelens en gedrag. dus verander je manier van denken, dan verander je ook hoe je zich voelt. Negatieve gedachten komen vaak onbewust en automatisch op. Deze verschillende gedachten leiden tot verschillende gevoelens, zoals boosheid, angst, schuld, schaamte, verdriet, onzekerheid of neutrale gevoelens. Het is belangrijk om hiervan bewust te zijn en negatieve gedachten te leren herkennen, zodat je ze kunt veranderen. Dus oefen met jou kind daarmee. Bedenk de komende tijd iedere dag een situatie waarin je een negatieve gedachte herkende:

  • Wat was de situatie, wat gebeurde er? (Gebeurtenis)

  • Wat dacht je? (Gedachte)

  • Wat voelde je toen? (Gevoel)

  • Wat deed je? (Gedrag)

2. Leer je negatieve gedachten uit te dagen: Deze negatieve gedachten kun je leren uitdagen en vervangen door helpende gedachten. Een helpende gedachte is positiever en realistisch en geeft een prettige of neutrale gevoelens. Bekijk nu de negatieve gedachten en stel hierbij de onderstaande vragen:

  • Is het een feit - Hoe weet ik dat dit zo is? Welke redenen heb ik om dit te geloven? Welke bewijzen of aanwijzingen zijn hiervoor?

  • Andere verklaring - Zijn er ook bewijzen tegen deze gedachten? Hoe zou een ander tegen deze situatie aankijken? Wat zou ik tegen een vriend of vriendin zeggen die dit aan mij vertelde? Is de manier waarop ik er nu over denk de enige mogelijke manier? Wat pleit tegen deze gedachte?

  • Beste en slechtste opties - Stel dat wat ik denk inderdaad zou gebeuren of klopt, wat betekent dit dan voor mij? Waarom is het erg als dit zo zou zijn? Welke mogelijkheden zou ik dan hebben om met deze situatie om te gaan? Zou ik dit (uiteindelijk) kunnen verdragen?

  • Nut - Helpen deze gedachten mij te voelen en gedragen zoals ik dat wil?

3. Pieker Elastiekje Geef een elastiekje om om zijn pols te dragen. Steeds als hij merkt beginnen te piekeren, moet hij trekken aan het elastiekje zodat het tegen zijn pols aan tikt. Dit kan de stroom aan negatieve gedachten even doorbreken. Zo wordt je er ook meer van bewust hoe vaak je eigenlijk zit te piekeren. 4. Houd een piekerschriftje bij Een heel andere strategie om met negatieve gedachten om te gaan, is om deze gedachten juist toe te laten. Je kunt een speciaal ‘piekerschriftje’ aanschaffen waarin dagelijks negatieve gedachten opgeschreven worden. Het schrijven kan helpen om je gedachten te ordenen of om je hoofd leeg te maken. Het denken over je problemen en zorgen een andere lading krijgt wanneer het opschreven staat en dat het uiteindelijk minder gaat piekeren. Het kan helpen dit vlak voor het slapengaan te doen, om te voorkomen lang wakker liggen.



5. Stel een dagelijks piekermoment in Een vergelijkbare strategie is het plannen van een vast dagelijks piekermoment waarop bewust een kwartier lang zorgen overdacht worden. Het is belangrijk na dit kwartier te stoppen en afleiding zoeken. Wanneer buiten dit kwartier een piekergedachte opkomt, schrijf deze dan op een ‘piekerlijstje’. Pas wanneer het volgende piekermoment is aangebroken mag nagedacht worden over de gedachten die opgeschreven staat. Het denken over een problemen en zorgen een andere lading krijgt wanneer het bewust is en dat uiteindelijk buiten het piekerkwartier minder wordt gepiekert. 6. Defusie en acceptatie Laat de gedachten gewoon komen en gaan, terwijl de energie gericht wordt op dingen die belangrijk voor je zijn. De gedachten zullen niet verdwijnen, maar je hebt er veel minder last van. Gedachten worden geaccepteerd en je stopt ze tegen te vechten. 7. Zoek afleiding Vooral bewegen kan goed helpen om piekeren en onrust tegen te gaan. Leer jouw kind bijvoorbeeld sporten of wandelen terwijl hij dat voelt. Of iets creatiefs doen, een vriendin te bellen, muziek luisteren, boek lezen, ademhaling- en ontspanningsoefeningen te doen of gamen. Dit zijn allemaal een goede vorm van afleiding voor jouw kind bij piekeren.

Heb je behoefte aan meer hulp bij het omgaan met piekeren van jouw kind? Schakel dan hulp in. Één van de methodes die ik vaak toepas is de cognitieve gedragstherapie. Deze methode richt zich op het veranderen van de gedachten en gedragspatronen.

Je kunt meer informatie vinden op mijn site. Daar kun je me ook een bericht sturen. Ik neem zsm contact met jou op.

41 keer bekeken0 reacties