Agressie bij kinderen? Zo ga je ermee om

Bijgewerkt op: 3 nov. 2020

Een groote mond, slaan, duwen, bijten of schoppen. Bijna alle kinderen zijn wel eens opstandig of agressief. Je kunt ervan schrikken en het is niet leuk. Toch is het bij jonge kinderen normaal en hoort het bij de ontwikkeling, bij grotere kinderen minder. Het jonge kind moet nog leren omgaan met emoties en leren hoe het zich kan uiten. Maar wat kun jij doen wanneer jou kind zo'n gedraag vertoont? Hoe kun je ze helpen, zodat het agressieve gedrag stopt? Waar komt die agressie vandaan? Ligt het aan de opvoeding of aan de invloed van tv- en computergeweld? Of spelen biologische factoren een rol? Hierbij meer informatie en een paar tips over het omgaan met agressief gedrag bij kinderen tot 12 jaar. 


Kinderen zijn agressiever, grover gebekt en veel brutaler dan wij vroeger’, wordt er nogal eens geroepen over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Is dat echt waar? Sommige ouders herkennen wel wat in die stelling. Anderen vinden het onzin. Het is gewoon de generatiekloof, menen ze. Wat denk jij zelf?


Agressie is uiting van emotie

Een kind is nooit zomaar agressief. Het gedrag komt altijd ergens vandaan. Agressie kan voortkomen uit bijvoorbeeld frustratie, onmacht, onzekerheid of angst. Als je kind agressief is, let dan goed op wat er aan de hand zou kunnen zijn. Misschien is je kind gefrustreerd dat iets niet lukt, onzeker of eigenlijk heel bang. Of heeft je kind behoefte aan aandacht van jou?

Ook de omgeving en situatie kunnen meespelen. Is je kind bijvoorbeeld, moe, hongerig of overprikkeld? Als je probeert te achterhalen waar het gedrag vandaan komt, kun je reageren op de onderliggende behoefte van je kind. Je kan dan het agressieve gedrag makkelijker stoppen en je kind beter helpen. Jonge kinderen kunnen soms ook agressie gebruiken om contact te zoeken. Ze willen graag samen spelen of ‘erbij horen’. Omdat ze nog niet veel sociale vaardigheden hebben en niet goed weten hoe ze dit kunnen aanpakken, kunnen ze bijvoorbeeld een speeltje afpakken, slaan of bijten.


Met andere woorden, agressie is een uiting van emoties, net als lief en aardig zijn. Ouders willen vaak alleen de leuke dingen van kinderen zien, maar dit hoort er ook bij. Wat herken je dat bij je kind speelt?











Agressiviteit bij kinderen van 2-6 jaar

Agressie komt heel veel voor bij kinderen van 2 jaar oud. Op deze leeftijd denkt een kind nog niet na over wat hij doet. Een 2-jarige uit zich meestal lichamelijk, omdat het z’n emoties nog niet (goed) onder woorden kan brengen. Als een leeftijdsgenootje een speeltje heeft dat je kind wil hebben, kan hij het hardhandig uit de handen van de ander grissen. Jonge kinderen kunnen met hun agressieve gedrag je ook iets vertellen. Als je bijvoorbeeld bezig bent en je kind slaat jou of z’n broertje of zusje, bedoelt je kind eigenlijk te zeggen: “Kijk Mama, ik ben er ook!” Je kind vraagt dan om contact met jou. De ontwikkelingsfase van je kind speelt dus een belangrijke rol bij agressiviteit. Kinderen van 2 jaar ontdekken net dat ze een eigen persoon zijn met een eigen wil. Denk hierbij aan de koppingsfase of de nee-fase. Ook kan een jong kind zich nog niet inleven in een ander. Ze snappen dus nog niet dat ze een ander echt pijn doen.


Bij de meeste kinderen neemt het agressieve gedrag vanaf 3 jaar langzaam af. Kinderen kunnen zich dan steeds beter uitdrukken met woorden. Ook leren ze negatief gedrag af. Je kind leert steeds beter hoe het iets op een andere manier kan oplossen, bijvoorbeeld door iets te vragen of door ‘nee, stop’ te zeggen. Maar ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo, waardoor agressief gedrag ook bij kinderen van 3 jaar nog veel voorkomt. Ook bij een kind van 3 jaar speelt de koppigheidsfase een rol. Ze willen graag alles zelf bepalen en dat kan lang niet altijd.


Kinderen van 4 jaar hebben steeds meer handvatten om dingen op andere manieren op te lossen dan met agressie. Ze kunnen een vraag stellen als ze iets willen, of ze kunnen het zeggen als ze iets vervelend vinden. Bovendien hebben ze op deze leeftijd geleerd dat slaan, bijten en duwen niet mag, omdat ze dan de ander pijn doen. Nog steeds kunnen ze zich nog niet echt in de ander inleven, maar ze weten nu wel dat een ander pijn doen niet fijn is. Als de emoties echter hoog oplopen, vervallen 4-jarigen snel terug in hun oude gewoontes. Als ze heel boos of verdrietig zijn, kunnen ze niet meer goed nadenken. Hierdoor kan het kind alles wat het geleerd heeft niet meer goed toepassen, waardoor het toch weer agressief kan worden. Een kind van 4 jaar is ook nog impulsief. Je kind zal minder lang nadenken dan volwassenen of oudere kinderen voordat het iets doet. Het reageert sneller dan dat het kan nadenken. Ze kunnen de gevolgen van hun gedrag nog niet zo goed overzien.

Rond 6 jaar veranderd het wel en komen er andere verwachtingen en bedoelingen van het kind.


Agressiviteit bij kinderen van 6-12 jaar

Bij kinderen vanaf 6 jaar horen woedenaanvalen bij en minder fysieke agressieviteit. Een woedeaanval is een extreme vorm van boosheid. Het krijgen van een woedeaanval is voor jonge kinderen heel normaal. Woedeaanvallen horen dan ook bij de normale ontwikkeling. Veel kinderen van rond de 2 jaar hebben dagelijks woedeaanvallen, maar meestal groeien kinderen rond de 3 of 4 jaar er vanzelf overheen. Dit geldt niet voor alle kinderen. Kinderen van 6, 7, 8 of 9 jaar hebben al meer controle over hun emoties dan peuters en kleuters. Ze kunnen steeds beter met hun emoties omgaan en deze onder woorden brengen. Toch zijn er ook heel wat oudere kinderen die heftige woedeaanvallen hebben. Een woedebui ontstaat bijna altijd door onmacht. Kinderen hebben achteraf vaak spijt van wat ze gedaan of gezegd hebben.

Woedeaanvallen van kinderen op deze leeftijd zijn veel heftiger dan die van peuters of kleuters. Het is ingrijpend voor jou als ouder, maar ook voor je kind zelf. Daarom is het belangrijk voor je kind en voor de omgeving om te leren omgaan met deze woedeaanvallen.


Een woedeaanval ontstaat meestal als een kind gefrustreerd of gekwetst is. Of als iets anders loopt dan je kind had gedacht of gewild. Het karakter van je kind speelt ook een rol. Sommige kinderen zijn van nature temperamentvoller dan andere kinderen. Daardoor kunnen er best wel grote verschillen zijn in hoe kinderen hun boosheid uiten.

Het is belangrijk om niet toegeeflijk te zijn bij een woedeaanval, want dan leert je kind dat het met zo’n aanval krijgt wat hij wil. Hij leert dan dat een woedeaanval iets positiefs oplevert. Ook speelt het voorbeeld dat ze van jou krijgen (als het monderling is of bij sociale interacties) een rol. Hoe ga jij zelf met boosheid om? Je kind ziet hoe jij dit doet en leert daarvan.

Ook de algehele toestand van een kind is bepalend voor het ontstaan van een woedeaanval. Als een kind bijvoorbeeld honger heeft, vermoeid is, of pijn heeft, dan is z’n prikkelbaarheid verhoogd en zal een woedebui eerder ontstaan en hoger kunnen oplopen.


Hoe voorkom ik agressief uittingen?

Als je woedeaanvallen wilt voorkomen, moet je goed naar je kind kijken. Door je kind te observeren, wordt het steeds makkelijker om ze te voorkomen. Sommige kinderen krijgen alleen woedeaanvallen als ze heel moe zijn. Bijvoorbeeld als ze ‘s nachts slecht hebben geslapen. Zorg dan voor voldoende rustmomenten of zoek geen ‘uitdagende’ situaties op na een slechte nacht. Andere kinderen krijgen woedeaanvallen als ze honger hebben, doordat hun bloedsuikerspiegel te laag is. Zorg dan dat je kind regelmatig iets te eten krijgt door altijd iets bij je te hebben. Komt de agresieve gedrag vooral bij overgangssituaties voor? Dan kan het bijvoorbeeld helpen om je kind goed voor te bereiden.. Of voelt je kind zich snel aangevallen? Richt dan je correctie of compliment op gedrag in plaats van op de persoon. Misschien heeft je kind moeite met teleurstellingen? Toon dan begrip, maar wees ook duidelijk. Elk kind is anders, door uit te proberen en goed te letten op de momenten waarop het goed gaat, kun je het vertonen van agressief gedrag steeds makkelijker voor zijn.

Door erover te praten op een rustig moment met je kind kun je ook meer begrijpen. Een kind van 7, 8 of 9 jaar heeft nog moeite om z’n gevoelens onder woorden te brengen, maar soms kunnen ze hele creatieve oplossingen bedenken. Bespreek na een aanval wat niet fijn was, en benoem de emoties die erop komen voor je kind. Stel vragen als: “Hoe kon het gebeuren?”, “Wat gebeurde er voordat je zo boos werd?”, “Wat zou je een volgende keer anders kunnen doen?”, “Hoe kan ik je helpen?”, “Wat helpt je om rustig te worden?”. Probeer geen waarom-vragen te stellen, want dan voelen kinderen zich vaak aangevallen. Ze klappen dicht of schieten in de verdediging.


Agressiviteit tegenwoordig

Agressie onder de basisschooljeugd kan komen door Tv-programma's waarin geweld aanwezig is. “Zelfs in tekenfilms worden conflicten vaak opgelost met een hoop herrie en geschreeuw. En sommige zesjarigen kijken al naar programma’s zoals Goede Tijden Slechte Tijden. Dat lijkt mij niet bevorderlijk voor hun ontwikkeling. Volwassenen zijn heel gemeen tegen elkaar in die series. Die programma’s zitten vol met intriges en spanningen.” Zo blijkt uit onderzoeken dat er inderdaad een relatie is tussen tv-geweld en agressief gedrag. En het gewelddadige video- en computerspelletje komt er nog slechter vanaf. Daarbij wordt immers niet alleen gekeken naar geweld. Kinderen identificeren zich met de gewelddadige hoofdpersoon en krijgen zelf de mogelijkheid om schade aan te richten. Spelers van agressieve video- en computerspelletjes blijken minder empathische vermogens te hebben en zich agressiever te gedragen.

De oorzaken van agressief gedrag meestal liggen in opvoedings- en omgevingsfactoren.

Agressie vraagt om de grenzen en de structuur die kinderen zichzelf niet kunnen geven, scherper maken. Als ouders onvoorspelbaar zijn, wordt het kind geen veiligheid en houvast geboden. “Als je stelt dat je kind maar één uur per dag achter de computer mag zitten, dan moet je je daar ook aan houden. Het kind weet dan precies wat wel en niet mag en wanneer zijn ouders boos worden. Als je als kind die innerlijke structuur nog niet hebt en onvoldoende van buitenaf krijgt, dan kan de wereld je overspoelen.”


Omgaan met agressief gedrag

Tijdens een woedeaanval kan je kind niet meer rustig nadenken. Het meeste van wat je zegt, komt niet meer bij hem of haar binnen. Het is dan lastig om je kind te kalmeren. Opmerkingen zoals: “Stop ermee!”, “Je weet wat we hebben afgesproken” of “Doe even normaal, praat rustig” werken dan niet meer. Bij jonge kinderen wil afleiden nog wel eens werken, maar daar zijn kinderen van 6, 7 of 8 jaar meestal te oud voor. In deze 8 stappen staat wat je kan doen tijdens een woedebui.


  1. Blijf Rustig

  2. Laat uitrazen

  3. Keur het gedrag af, niet het kind. Zeg dus niet: ‘Jij bent ook altijd zo’n vervelend kind’ maar: ‘Ik wil niet dat je tegen de deur schopt.’

  4. Benoem en herken gevoelens

  5. Zorg ervoor dat afkeuring en straf niet de boventoon gaan voeren. Blijf oog hebben voor wat het je kind wel goed doet en geef het daar ook complimentjes voor.

  6. Stel grenzen - grenzen geven namelijk veiligheid en laat je kind weten dat z’n gevoel oké is, maar dat zijn gedrag niet acceptabel is. Blijf vasthouden aan gestelde eisen. Als je kind bijvoorbeeld speelgoed moet opruimen voordat hij aan tafel gaat, zorg er dan voor dat dat gebeurt. Zwicht niet als je kind gaat schreeuwen en stampvoeten. Anders leert hij dat opstandig gedrag beloond wordt.

  7. Stel duidelijke regels. Zeg bijvoorbeeld van tevoren: ‘; Als je schreeuwt of je zusje slaat, ga je vijf minuten naar de gang of naar je kamer.’

  8. Leer je kind omgaan met boosheid - leer je kind de fase voor de ontploffing te herkennen en spreek samen af wat dan werkt om rustig te worden. Zo leer je je kind controle te krijgen over zijn gevoelens.

Voer geen gesprek of discussie als je kind agressief is. Doe dat wél als hij gekalmeerd is.


Succes!





993 weergaven0 opmerkingen